Over werk

Ik neem een dag verlof, helemaal voor mij alleen.  Een dagje naar zee, natuurreservaat De Westhoek.  Verlof bestaat de laatste jaren bijna enkel nog uit kinderopvang spelen.  Ik voel dat het nodig is, een dag voor mijzelf.  Liefst eigenlijk nog langer, een maand voor mijzelf, maar of dat haalbaar is is een heel ander verhaal dus we beginnen met een dag.  Ik ben niet het soort ouder dat zich oplaadt met zijn kinderen bij zich.  Eerder het soort ouder dat blij is dat het 21h is, dat de kinderen in bed zitten en de boterhammen zijn gemaakt.  Alleen, dat uurtje avond is veel te weinig.  Die twee uur die ik op vrijdagnamiddag heb zijn ook veel te weinig.  En dus moet er opgeladen worden.

Dan is het donderdag, de verlofdag.  De wandeling is uitgestippeld.  De GPS staat ingesteld richting de Panne, de boterhammen voor ’s middags zijn gesmeerd.  En dan gaat er iets kapot op het werk.  Niks ergs, maar het is wel kapot, het is belangrijk en ik ben de enige die het kan maken.  Zoiets gebeurt niet vaak, maar het gebeurt natuurlijk wel op de verlofdag.  En ik voel mijn stressemmertje overlopen.  Het is allemaal niet zo erg, het is snel opgelost en het werk ligt richting zee.  Maar toch knapt er iets.  Die oplaad-dag is om zeep.  Ook al heb ik een kleine 14 km gewandeld en ben ik fysiek moe van het wandelen door zand, duin op en duin af, ook al was het goed om te gaan uitwaaien en was ik ter plaatse best wel ontspannen, toch was ik niet opgeladen, zelfs niet een klein beetje.  Want mijn verlofdag was verpest.  Net die ene dag kunnen ze mij niet gerustlaten.

En dan bedenk ik mij: “Ik wil dit niet meer”.  Mijn werk ligt volledig binnen mijn vakgebied, maar de interesse is weg.  Het is saai en routineus geworden, telkens hetzelfde met een andere saus erover.  En ook: Ik wil die verantwoordelijkheid niet meer van systemen die ik alleen draaiende moet houden en alle stress en spanningen die daarbij horen.  Maar ook: Ik heb een massa verlof, moet helemaal niet zoveel uren kloppen en ben best ok betaald.  Ik heb veel vrijheid in hoe ik de dingen aanpak.  En vooral: Ik weet bijgod niet wat ik anders zou willen doen.  En dus zit ik vast.  De energie die het kost om het te blijven doen, en vooral de energie die de saaiheid en de stress van de verantwoordelijkheid kosten en dan nog een gezinsleven en een relatie erbovenop en weinig mogelijkheden om de batterijen op te laden.  En als je dan zelf zo’n moment creëert om de batterijen op te laden en dat die dan toch verpest wordt.  Sja, dan schiet er eigenlijk geen energie meer over om mij te bezinnen over wat ik dan wel zou willen doen.  Of om geïnspireerd te raken, of om nieuwe dingen te leren of te doen.  En ik ben ook gewoon een moeilijk geval, wat betreft die batterijen opladen.  Ik laad mij niet op met feestjes en sociale contacten en eindeloos memory spelen met de kinders.  Ik laad mij op met rust en stilte en alleen zijn en ik zit in de verkeerde levensfase om veel van die momenten te hebben.

Het gaat in golven.  Nu zit ik ergens beneden.  En dan komen er nieuwe uitdagingen en gaan we weer naar boven op de golf en denk ik dat het allemaal wel meevalt.  Maar de topjes inspireren nooit lang en nooit genoeg.  Dan denk ik na over werken, en in hoeverre werken per sé perfect moet aansluiten op je kennen en kunnen en je behoeftes.  In hoeverre ik mij er al dan niet moet bij neerleggen dat werken nu eenmaal niet meer dan werken is: Een manier om in uw levensonderhoud te voorzien.  Dat ik allang weet dat het verhaaltje “je kan alles bereiken in je leven als je maar wil en probeert” een illusie is.  Dat je altijd stoot op je eigen beperkte capaciteiten en mogelijkheden, op je lichaam dat op de rem gaat staan, op anderen die op de rem gaan staan.  Op dingen zoals financiën en kinderen.  Dat ik mij niet moet aanstellen en goeie arbeidsvoorwaarden en collega’s heb.  Dat het elders echt niet beter is, in tegendeel vaak.  Dat het in mijn hoofd zit, dat ik mijn job best wel interessant en inspirerend kan maken maar eerst uit die negatieve spiraal moet raken en mijn inspiratie energie moet terugvinden.

Ik voel dat ik moet opletten dat ik niet wegzak.  Er zijn signalen dat ik moet oppassen, maar er zijn ook veel signalen dat het best wel ok gaat en bijlange niet zo diep aan het wegzakken ben zoals zoveel jaar geleden.  Bijvoorbeeld het feit dat ik voel dat ik tegen grenzen aanloop en dan een off-day neem. (die dan wel niet zoals verwacht loopt, maar swat)  Het feit dat ik nadenk over oplossingen. (niet dat ik er al gevonden heb)  Alleen al het feit dat ik überhaupt wéét dat ik moet opletten.

Mijn hoofd is een vat vol innerlijke conflicten, over werk en over nog heel veel andere dingen.  Altijd maar doormalen, de stop-knop is heel moeilijk te vinden.  Dat vreet energie.

Alhoewel, daar in de duinen wou ik even rusten.  Ik zette mij uit het zicht van het wandelpad, achter een duin.  Het was er muisstil, ik hoorde enkel nog de ruisende wind.  Zon op mijn gezicht, in kleermakerszit met rechte rug, ik sloot mijn ogen en mijn hoofd was leeg.  En ik ga weer joggen.

Advertenties

Wildebeest

Er zijn van die dagen waarbij je opstaat en voelt dat je de wereld aan kan, dagen waar je doorheen vliegt.  Er zijn van die dagen waarbij je vooral in bed wil blijven liggen en de dag doorstrompelt, wachtend tot het moment dat de kinderen slapen en je zelf ook terug onder de dekens mag.  Stiekem hopend dat je mag blijven liggen, dat er de volgende ochtend geen wekker afgaat.  Iedereen heeft goeie dagen, iedereen heeft slechte dagen.  De vraag is vooral: Wanneer zijn er te veel slechte dagen?  Wanneer is het niet alleen maar “gewoon het leven”, maar is het echt een probleem?  Er zit een breed grijs gebied tussen “in orde” en “een probleem” en daar dwarrel ik ergens rond.  Een beetje naar links, een beetje naar rechts.

Ik heb massa’s bloginspiratie.  Maar mijn hoofd haalt smerige truken uit.  Dan zet ik mij eens achter mijn scherm, een vat vol inspiratie.  Ik typ enkele regels en plots trekt iemand de stop eruit.  *Klokklokklok*, en mijn vat vol inspiratie loopt leeg en ik zit maar wat naar mijn scherm te staren.  Een paar pogingen tot zinnen schrijven en weer verwijderen.  Uiteindelijk “Naar de prullenbak verplaatsen” klikken.  Idem bij pogingen om een reactie achter te laten op andere blogs.  Ach ja, vandaag klik ik eens op “Publiceren”.  Het stelt niet veel voor, maar het is een begin.

Stiekem mis ik mijn wildebeest een beetje.  Een heel klein beetje.  Niet om alle bagger en misérie die het ding veroorzaakt heeft, wel om de inspiratie die eruit komt.  Elke “schrijver” (zet dat wat mijzelf betreft maar onder grote aanhalingstekens) heeft een kwelgeest nodig, denk ik.